Het krijgen in universiteit is enkel als het winnen van de koude oorlog. Opgewekte You’re, iedereen wenst u geluk en u voelt als gedaane you’ve werkelijk groot iets. U voelt goed over zich.

Het enige probleem is dat daarna u don’t wat om met zich weet te doen. It’s niet de vrije tijd die een kwestie stelt, niettemin voor sommigen die tot ernstig probleem leiden. Rather–and vooral zo met hoog-bereikt students–it’s het plotselinge ontbreken van die unseen motivatie, die het onzichtbare en onderdrukte fluisteren die elke actie bedierf: de druk van de universiteitstoelating. In tegenstelling tot military-industrial complex, heeft deze oude spanner doesn’t lobbyisten om het levend te houden nadat zijn doel wordt vervuld.

En zo wanneer die spanning verdampt, zijn er een ‘vacuum’ van motivatie in zijn plaats. Dit kan als hogere ineenstorting tot uiting komen, of het kan meer toelating zijn profound–if aan one’s droomuniversiteit is ‘goal’ voor een hoog-bereikt hoge schoolstudent, daarna wat zijn er? Persoonlijk I can’t krijgt zich allen uitgewerkt over een toekomstige carrière in investeringsbankwezen, zo niet zekere I’m wat ik ‘towards.’ zou kunnen werken; Het geluk is een goed antwoord, maar iets een weinig tastbaarder dan het geluk/de geleerde verrijking groot zou zijn. Gediende de toelating van de universiteit dat rol voor een lange tijd voor groot vele mensen en ik denk zal het wat tijd zijn alvorens de interne aanpassing uit dat ‘mode’ kan worden gemaakt; en langer nog tot een goede gezonde motivatie kan volledig overnemen.

Nu, persoonlijk, deed ik nooit om het even wat voor ‘college suck.’ I didn’t zich sluiten aan extracurriculars bij ‘just omdat, ’ I het teken didn’t omhoog voor cursussen I didn’t wil nemen. Ik concentreerde me bij het leren en hoopte de rest zou uitwerken. Gelukkig, het. Ik koos de moeilijkste weg ik kon omdat ik meer wilde leren, en de scholen waardeerden dat.

Wat dan is het verschil aan me?

De rangen komen uit ooit later vandaag (de achtentwintigste) en zekere I’m dat I’ll vrij goed doen. Ik moest me nooit over te slecht het doen ongerust maken, had I’ve enkel altijd hoge normen. Deze hoge normen waren soms onrealistisch onmogelijk zodat zou ik me voor teleurstelling opzetten. Hoe dan ook, wanneer ik goed zou ik altijd moeten vragen of had ik ‘well enough.’ gedaan; Zelfs wanneer mijn rangen ‘good enough’ waren; voor me, moest ik benieuwd zijn of zouden zij zij ‘good enough’ zijn; voor mijn toekomstige universiteit van keus. Deze spanning bedierf heel wat mijn tijd, en ik weet het de pret vanaf klassen voor veel van mijn edelen stal. Het was zeer verontrustend indien ooit ik de keus tussen het werken voor een rang en het werken voor zelf-verbetering werd gegeven, sinds ideals opzij dit niet altijd de zelfde inspanningen waren.

In elk geval, dat de spanning nu is gegaan, en om het even welk werk dat ik is zuiver voor mijn eigen verrijking heb gedaan. Ik heb slechts één term verlaten van school, toen een termijn van internship, toen graduatie. Dit soort vrijheid, dit het unburdening, is prachtig.